Deze week zijn we in de kleutergroep gestart met het thema ‘We gaan onderwater’. Een mooie start van een nieuw thema is het activeren van de voorkennis van kinderen. Wat weten ze al? Welke ervaringen hebben ze? En welke woorden horen volgens hen bij het onderwerp?
Veel leerkrachten maken hiervoor een woordweb in de kring. Dat kan prima werken, maar heeft ook een nadeel. Vaak zijn het dezelfde kinderen die als eerste hun vinger opsteken en ideeën noemen. Voor andere kinderen betekent dit dat zij moeten wachten tot zij aan de beurt zijn. Vooral voor slimme kleuters kan dat leiden tot afhaken. Tegen de tijd dat zij iets mogen zeggen, zijn hun gedachten alweer ergens anders of zijn hun ideeën misschien al genoemd.
Daarom pak ik het graag anders aan.
Alle kinderen krijgen eerst een eigen blaadje waarop zij mogen tekenen welke zeedieren zij kennen. Op dat moment zet je de hersenen van alle kinderen tegelijk aan het werk. Niemand hoeft te wachten. Iedereen gaat direct nadenken over wat hij of zij al weet van de zee.
De uitdaging zit daarbij niet alleen in het tekenen, maar vooral in de opdracht die ik meegeef. Een vis tekenen is natuurlijk prima, maar ik daag de kinderen uit om verder te denken. Welke dieren leven er nog meer in de zee? Kun je iets bedenken dat niet iedereen meteen noemt? Zo stimuleer je kinderen om hun kennis te verbreden en dieper na te denken.
Soms lukt het een kind niet om te tekenen wat het in zijn hoofd heeft. Dat is geen probleem. In dat geval schrijf ik samen met het kind op wat het wilde tekenen. Het doel van deze activiteit is immers niet het maken van een mooie tekening, maar het zichtbaar maken van voorkennis. Het gaat om wat kinderen weten en bedenken, niet om hun tekenvaardigheden.
In deze groep hadden de kinderen daar gelukkig weinig moeite mee. Iedereen ging ijverig aan de slag, ieder op zijn eigen niveau. De één tekende een vis, terwijl een ander met een hamerhaai, zeepaardje of orka kwam. Juist die verschillen maken zo’n activiteit interessant.
Tussen het werken door loop ik rond en vraag ik regelmatig wat kinderen hebben getekend. Vervolgens schrijf ik de woorden erbij. Zo ontstaat er een mooie verzameling van ideeën en krijgen kinderen tegelijkertijd nieuwe woorden aangeboden.
Wanneer iedereen klaar is, komen we kort samen in de kring. Ik vraag een aantal kinderen om hun ideeën te delen en vraag vervolgens wie hetzelfde dier had bedacht. Dit moment houd ik bewust kort: maximaal drie minuten. Kort en krachtig.
Het doel is niet om een compleet woordweb te maken of alle antwoorden uitgebreid te bespreken. Het belangrijkste is dat kinderen actief nadenken, hun voorkennis ophalen en hun hersenen alvast “aanzetten” voor het nieuwe thema.
En het mooie is: waar deze manier van werken aan het begin van het schooljaar soms nog wat onwennig verloopt, zie je na verloop van tijd dat kinderen er steeds meer plezier in krijgen. Ze ervaren ruimte om zelf na te denken, eigen ideeën te ontwikkelen en vanuit hun eigen kennis bij te dragen aan het thema.
Precies dat is wat we willen bereiken.
